Hoe werkt testosteron in ons lichaam – en waarom beïnvloedt het ons haar?
Wanneer we het over testosteron hebben, denken de meesten van ons meteen aan spiermassa, energie en mannelijke vitaliteit. Maar dit hormoon speelt een veel bredere rol in ons lichaam. Het beïnvloedt onze stemming, onze huid en zelfs de gezondheid van onze haarzakjes. Om te begrijpen waarom een hoog testosteronniveau soms leidt tot haarverlies, moeten we kijken naar de manier waarop dit hormoon zich gedraagt en welke processen er in ons lichaam plaatsvinden
Testosteron is een zogenaamd anabool hormoon, dat van nature wordt aangemaakt in de testikels bij mannen en in kleinere hoeveelheden in de eierstokken en bijnieren bij vrouwen. Het zorgt voor de ontwikkeling van secundaire geslachtskenmerken, zoals stemverlaging en baardgroei, maar het is ook cruciaal voor spieropbouw, botdichtheid en libido. Wat vaak minder bekend is: testosteron beïnvloedt ook onze huid en onze talgproductie, en daarmee indirect de gezondheid van het haar.
Van testosteron naar DHT: de cruciale stap
Het echte probleem ontstaat niet door testosteron zelf, maar door de omzetting naar een krachtiger hormoon: dihydrotestosteron (DHT). Dit gebeurt door het enzym 5-alpha-reductase, dat testosteron omzet in DHT in onder andere de huid en de haarzakjes. DHT hecht zich sterker aan de receptoren in de haarfollikels dan testosteron, en bij mensen die genetisch gevoelig zijn, kan dit leiden tot een verkorting van de groeifase van het haar. Het gevolg? De haren worden dunner, korter en vallen uiteindelijk sneller uit.
Een hoog testosteronniveau betekent niet automatisch dat iedereen last krijgt van haaruitval. De doorslaggevende factor is hoe gevoelig onze haarzakjes zijn voor DHT. Bij sommigen zijn de receptoren in de haarfollikels extreem gevoelig, waardoor zelfs normale hoeveelheden DHT tot haarverlies leiden. Bij anderen kunnen de haarzakjes veel meer weerstand bieden, waardoor er nauwelijks veranderingen zichtbaar zijn, ook al is het testosteronniveau hoog.
Verschil tussen natuurlijke testosteron en externe toediening
Niet iedereen die te maken krijgt met haaruitval heeft een medische aandoening of een genetische aanleg. Soms is de oorzaak dichterbij dan we denken — in ons eigen trainingsregime of in de middelen die we gebruiken om prestaties te verbeteren. Hier komt het verschil tussen natuurlijk en extern testosterongebruik om de hoek kijken.
Wanneer ons lichaam op natuurlijke wijze testosteron aanmaakt, zorgt het zelf voor een delicate hormonale balans. De productie, omzetting en afbraak van testosteron worden continu gereguleerd door het endocrien systeem. Dat betekent ook dat de hoeveelheden DHT — het hormoon dat verantwoordelijk is voor veel gevallen van haarverlies — relatief stabiel blijven, zolang er geen externe invloeden zijn.
Bij gezonde mannen ligt het testosterongehalte gemiddeld tussen de 10 en 30 nmol/L. Binnen die grenzen is het risico op haarverlies veel meer afhankelijk van genetica dan van het hormoon zelf. Kortom: natuurlijke pieken zijn zelden agressief genoeg om de haarlijn radicaal aan te tasten.
Exogene toediening verandert de spelregels
Zodra we testosteron van buitenaf gaan toevoegen — via injecties (TRT), orale middelen (AAS), of via selectieve androgeenreceptormodulatoren (SARMs) — wordt deze natuurlijke balans verstoord. Plots stijgen de bloedwaarden tot niveaus die het lichaam zelf nooit zou bereiken. Dit leidt tot een verhoogde omzetting naar DHT, zeker als het enzym 5-alpha-reductase actief aanwezig is in de huid.
Met andere woorden: wat bedoeld is om kracht, energie en spiermassa te stimuleren, kan tegelijkertijd een sluipend effect hebben op de haarzakjes. En daar zit vaak de paradox waar we mee worstelen — ons lichaam ziet er fitter uit, maar ons haar vertelt een ander verhaal.
Herkennen van hormonale haaruitval – hoe weten we dat DHT de oorzaak is?
Iedereen verliest haar — dat is normaal. Maar wanneer het patroon verandert, de dichtheid afneemt of de inhammen plots sneller groeien, is het tijd om dieper te kijken. Zeker als je testosteron gebruikt of met verhoogde niveaus werkt. Dan kan DHT zomaar de boosdoener zijn. Maar hoe herkennen we dat?
Androgene alopecia: het typische patroon
Hormonale haaruitval, ook wel androgene alopecia genoemd, volgt zelden een willekeurig patroon. Wat we vaak zien:
- Terugtrekkende haarlijn, vooral bij de slapen (de bekende “M-vorm”)
- Verdunning op de kruin of het midden van de schedel
- Haren die dunner, korter en lichter worden, voordat ze definitief verdwijnen
Als je dit herkent, en je weet dat je werkt met middelen die je testosteron beïnvloeden, is de kans groot dat DHT een rol speelt. En dat betekent dat het probleem niet “vanzelf” stopt — het proces versnelt zich vaak als we niets doen.
Verschil met andere oorzaken van haarverlies
Niet elk haarverlies is hormonaal. Stress, voedingstekorten, schildklierproblemen of ontstekingen kunnen ook leiden tot tijdelijke of diffuse haaruitval. Wat hormonale haaruitval onderscheidt, is het patroon en de hardnekkigheid ervan. Het begint langzaam, maar blijft doorgaan — tenzij we ingrijpen bij de oorzaak.
Een goede manier om dit zeker te weten, is een bloedonderzoek laten doen. Metingen van testosteron, vrij testosteron, en vooral DHT geven een helder beeld. Bij verhoogde waarden in combinatie met erfelijke aanleg, weet je waar je staat.
Wat kunnen we doen? Effectieve strategieën om haaruitval te voorkomen of te vertragen
Wanneer we merken dat ons haar dunner wordt of inhammen dieper worden, is het verleidelijk om te denken dat er niets meer aan te doen is. Zeker als we werken met verhoogde testosteronniveaus — of dat nu natuurlijk is of via TRT, SARMs of AAS. Maar de waarheid is: we hebben wél invloed. Het vraagt alleen om inzicht, geduld en de juiste strategie.
Begrijpen waar de oorzaak zit, is de eerste stap
Voordat we iets gaan slikken, smeren of veranderen aan onze training, is het belangrijk dat we goed begrijpen waar het probleem precies zit. Is het echt DHT-gerelateerd? Zijn er andere factoren zoals stress of voedingstekort die meespelen? Door dit helder te hebben, voorkomen we dat we in paniek allerlei middeltjes gaan proberen zonder blijvend resultaat.
DHT remmen zonder je gezondheid te ondermijnen
Als blijkt dat DHT de belangrijkste boosdoener is, zijn er verschillende manieren om dit hormoon aan te pakken. De bekendste zijn finasteride en dutasteride, twee medicijnen die het enzym 5-alpha-reductase blokkeren. Hierdoor wordt er minder testosteron omgezet naar DHT. Het resultaat: de haarzakjes krijgen rust en kunnen herstellen.
Maar deze middelen zijn niet voor iedereen ideaal. Ze kunnen invloed hebben op libido, stemming en zelfs energieniveau. Daarom is het cruciaal om goed te overwegen of deze route bij je past — liefst onder begeleiding van een arts die vertrouwd is met hormonale therapieën.
Natuurlijke alternatieven met bewezen werking
Wie liever geen medicatie gebruikt, kan zich richten op natuurlijke DHT-remmers. Saw palmetto is hiervan de bekendste, maar ook zink, groene thee-extract en pygeum hebben een mild remmend effect op DHT-productie. Deze supplementen zijn niet zo krachtig als medicatie, maar kunnen bij consistent gebruik zeker helpen — vooral in een vroeg stadium van haarverlies.
Daarnaast zijn er shampoos met ketoconazol, een schimmelwerend middel dat ook lokaal de DHT-receptoren in de hoofdhuid kan beïnvloeden. Voor wie liever topisch werkt dan intern, is dit een goede eerste stap.
Ondersteuning van de haarzakjes zelf
Naast het blokkeren van DHT, kunnen we ook de haarfollikels direct ondersteunen. Dit doen we met stoffen als biotine, MSM, collageen en silica, die de structuur van het haar versterken en de groeicyclus verlengen. Ook minoxidil — bekend van commerciële haarmiddelen — stimuleert de doorbloeding van de hoofdhuid, wat indirect bijdraagt aan sterkere haargroei.
Steeds meer mensen combineren minoxidil met technieken als microneedling om de opname te verbeteren. Dit is veilig als het correct wordt toegepast en kan in korte tijd zichtbaar verschil maken.
Het belang van timing: begin niet te laat
Wat we vaak zien — en wat we misschien ook bij onszelf herkennen — is dat we pas gaan nadenken over haaruitval als het al zichtbaar is. Maar juist in de beginfase, wanneer het haar slechts iets dunner lijkt of de haarlijn nét verandert, is het moment om in te grijpen.
Preventie werkt beter dan herstel. Dat geldt voor training, voeding én voor haarbehoud. Als we snel handelen, kunnen we de progressie van haarverlies afremmen of zelfs (gedeeltelijk) omkeren.
